ALTAARSTEEN DES AANSTOOTS

 

De dorpelingen van het Drentse Odoorn lopen met verhitte koppen rond. Ze zijn kwaad op die boerekinkels van Ruinen. En niet zo’n klein beetje ook. Want dat stelletje ongeregeld heeft het gewaagd om met hun ongewassen tengels hun heilige altaarsteen van Odoorn te roven. 

 


JOODS RUINEN

 

Tweehonderd jaar lang maakten zij deel uit van het dorp. Ze dreven een winkel, gingen met vee naar de markt, repareerden kousen voor de dorpsbewoners, waren lid van de plaatselijke toneelvereniging, speelden op straat of schreven een versje in een poëziealbum van een klasgenootje om zo maar eens iets te noemen. Ze vielen eigenlijk niet op. Ze hoorden er gewoon bij. En dan plotseling zijn ze weg uit Ruinen. Ze moesten zich melden voor een “werkkamp”, zoals Mozes David of werden met een vrachtauto weggevoerd.


JOODS RUINEN

Herinneringen aan de families van Holland en (Anna) Meiboom

 

Familie van Holland

De Ruinense familie van Holland, in 1840 naar hier gekomen, waren eenvoudige kooplieden en konden zich financieel geen eigen huis permitteren . In 1872 werden de tijden voor Abraham van Holland iets beter toen hij fl.1000,- uit een nalatenschap ontving. Dit was voor die tijd Voor de prijs van fl.50,- kocht hij op 4 januari 1873 twee stukjes tuingrond aan de Oosterstraat in Ruinen.

 

Anna Meiboom

Reeds op 12 september 1921, toen zij nog aan de Brink in Ruinen woonden, was de familie Meiboom al in het bezit van een auto ( met kenteken D 2150 ) en hielden zij de er enige tijd later ook een hulp in de huishouding op na, Fem Luten. Een anekdote uit die periode, verteld door de kleindochter van Fem, Emmy Pothof, laat iets zien van Anna Meiboom

 


JOODS MONUMENT GIJSSELTE

 

Bij aanvang van de oorlog waren er, met name in het oosten van het land, w.o. bij Gijsselte, een vijftigtal werkkampen. Gedurende de oorlog werden deze kampen voornamelijk gebruikt voor het isoleren van de Joodse weerbare mannen. Op vrijdag 2 en zaterdag 3 oktober 1942 vonden overal razzia’s plaats, zowel in steden als in de provincie. Degenen die werden opgepakt werden afgevoerd naar kamp Westerbork. Hetzelfde gebeurde met de bewoners van de kampen. 

 


JOODS MONUMENT RUINEN

Op maandag 20 maart 2006 werd het herdenkingsmonument onthuld door de ambassadeur van Israël in Nederland, Z.E. De heer Harry Kney-Tal, de heer Binyomin Jacobs, hoofdrabbijn  van het Inter Provinciaal Opperrabbinaat, de heer C.Laban van de Stichting Joods Monument Ruinen en Eva Moorman, leerling van voornoemde school. 

Het kreeg een plaats op de Brink, direkt naast de historische Mariakerk en het “toeval” wil dat het  een plek heeft gekregen recht tegenover het huisje , waar Lena Goldsteen, Olde Lene, had gewoond, voordat zij werd weggevoerd. Geen toeval is het dat voor de onthulling de datum 20 maart werd gekozen. Het is de dag, waarop Lena Goldsteen, de laatste Joodse inwoonster van Ruinen in Sobibor werd vermoord.

 


KIJKJE IN DE MARIAKERK

 

Een rondleiding door de oude, statige Mariakerk aan de Brink in Ruinen, met o.a. een oude fresco, een preekstoel uit 1661, lichtkronen en een unieke houten kap. Een predikantenbord met alle voorgangers, die van 1598, de reformatie, Ruinen en Echten het kerkelijk leven hebben verzorgd en nog veel meer.

 


KLOOSTER EN MARIAKERK

 

De kerk in Ruinen behoorde volgens zeggen niet tot de 6 oudste parochies in Drenthe, (parochiekerken) echter J.Hogeman, auteur van “De Kerk te Runen”, de eerste kerk in het Zuidwesten van Drenthe, het Noorden van Overijssel en de Oostzijde der Stellingwerven, gepubliceerd in 1887, denkt daar toch anders over.
Jo(h)annes Hogeman,(1828 – 1893) op 11 augustus 1861 tot priester gewijd, lid van de Vereeniging voor overijsselsch regt en geschiedenis, het Friesch Genootschap, publicist voor de Nieuwe Drentsche Volksalmanak tussen 1888 en 1894, de Friesche Volksalmanak tussen 1890 en 1893 en voor de Algemene Nederlandse Familiealmanak 1887, schrijft dat de kerk in Ruinen meer dan drie eeuwen vóór 1141 reeds had bestaan, en dat de clergé van de bisschop daar “coenobium Episcopi” had gewoond. Onder clergé of clerus kan worden verstaan de geestelijkheid / priesterklasse, bestaande uit personen die in de katholieke kerk een wijding hebben gehad en bij een bisdom behoren. Een samenwoning dus van tot een bisdom behorende groep geestelijken.   

Ondanks het gegeven dat in de nabije omgeving vanaf 750 in Heemse al een kapelletje was gesticht en dat kort daarop, omstreeks 770, dit ook het geval was in Nijenstede, het latere Hardenberg, gingen de bewoners tot omstreeks het jaar 1240 naar de kerk in Ruinen.