JOODS MONUMENT RUINEN



                                 J O O D S  M O N U M E N T  R U I N E N

Hoofdrabbijn Binyomin Jacobs : "De Joodse gemeenschap van Ruinen, die niet meer is. Vergast! Bijna volledig verdwenen in het zwarte gat der vergetelheid, via de schoorstenen van de crematoria der vernietigingskampen…..Maar nu behouden, middels het prachtige monument aan de Brink in Ruinen. Het monument is hun grafzerk geworden, hun begraafplaats, waardoor ze toch nog een beetje terug zijn in hun geliefde Ruinen waar ze zo graag hadden willen verder leven en sterven…… Ik herinner me als de dag van gisteren de onthulling van het monument in Ruinen. Een monument ter nagedachtenis aan slechts elf vermoorde Joodse Ruunders. Maar die elf vormden wel de gehele Joodse populatie! Elf op de zes miljoen is een zeer kleine minoriteit,….maar wie geeft ons het recht te denken dat het leven van een enkel mens minder of meer waard is dat het leven van vele honderden of duizenden. Dat de moord op een baby of een klein kind afschuwelijker is dan de moord op een hoogbejaarde vrouw die toch al een heel leven achter de rug heeft? Slechts elf namen staan op het monument…elf levens die op beestachtige wijze zijn uitgeroeid. Het Joodse leven van Ruinen was vernietigd, voor eeuwig".

Het is eind 2004. Tijdens een bijeenkomst van de gespreksgroep van de Protestantse Gemeente te Ruinen komt het onderwerp jodenvervolging ter sprake. Alhoewel er, zoals uit de gesprekken bleek, wel eens plannen waren geweest om ter nagedachtenis aan de in de 2e wereldoorlog weggevoerde en vermoorde joodse inwoners “iets” te doen , waren deze plannen nimmer geconcretiseerd.
Besloten werd om te onderzoeken of er binnen Ruinen voldoende draagvlak bestond om, het liefst op of aan de Brink - het middelpunt van Ruinen - een monument te plaatsen ter nagedachtenis aan de 11 vermoorde joodse Ruunders.
Stichting Joods Monument Ruinen ontstond. Er werd ondermeer een comité van aanbeveling samengesteld, donaties ingezameld, subsidie en vergunning aangevraagd bij de Gemeente De Wolden, hetgeen er uiteindelijk toe leidde dat op 20 maart 2006, in aanwezigheid van vele genodigden op de Brink in Ruinen, naast de Mariakerk, een prachtig monument werd onthuld door :

- Zijne Excellentie Dhr. Harry Kney - Tal, ambassadeur van Israël in Nederland,
- Dhr. Binyomin Jacobs, hoofdrabbijn  van het Inter Provinciaal Opperrabbinaat,
- Dhr. Cees Laban van de Stichting Joods Monument Ruinen en

- Eva Moorman, leerling van ’t Oelebröd, de school , die bij het gehele project was betrokken.

 

 

Door de eeuwen heen


Ruim twee eeuwen lang woonden zij in Ruinen. Eén van de eerste werd hier geboren in 1740:
Marchien (Margje) Levys/Levy /Levi / Levie, zij was de dochter van Levy Abrahams en Rebecca Jacobs. :

Verder werden er in de 18e eeuw nog in Ruinen geboren:

⦁ Ester Meijer de Lange in 1780, en overleden op 2 juli 1856 in Meppel ,
⦁ Mietje Koezel de Hes op 1 april 1799 en overleden op 5 juli 1853 in Ruinen alsmede
⦁ Aaltje Godschalk Godfried op 12 augustus 1799 en overleden op 17 februari 1872.

Tweehonderd jaar lang maakten zij deel uit van het dorp. Ze dreven een winkel, gingen met vee naar de markt, repareerden kousen voor de dorpsbewoners, waren lid van de plaatselijke toneelvereniging, speelden op straat of schreven een versje in een poëziealbum van een klasgenootje om zo maar eens iets te noemen. Ze vielen eigenlijk niet op. Ze hoorden er gewoon bij. En dan plotseling zijn ze weg uit Ruinen. Ze moesten zich melden voor een “werkkamp”, zoals Mozes David of werden met een vrachtauto weggevoerd.

We schrijven 1940. In Ruinen wonen op dat moment nog 11 Joodse mensen. Twee families en twee ongehuwde, alleenwonende vrouwen.
En dan worden de voortekenen zichtbaar. Nadat vanaf 1 juli 1940 Joden geen deel meer mochten uitmaken van de luchtbescherming en per oktober overheidsmedewerkers een zogenaamde Ariërverklaring hadden moeten ondertekenen, kwam per 22 oktober de maatregel dat Joodse ondernemingen zich moesten melden bij de Wirtschaftsprüfstelle, zeg maar het Bureau voor Economisch Onderzoek. In bedoelde Duitse verordening wordt in artikel 4 beschreven wat er onder een Jood wordt verstaan:

Artikel 4
Begrip: “Jood “
1. Jood is een ieder, die uit tenminste drie naar ras voljoodse grootouders stamt.
2. Als Jood wordt ook aangemerkt hij die uit twee voljoodse grootouders stamt en a.) hetzij zelf op 9 mei 1940 tot de joods-kerkelijke gemeente heeft behoord of na die datum daarin wordt opgenomen en b.) hetzij op 9 mei 1940 met een Jood was gehuwd of na dat ogenblik met een Jood in het huwelijk treedt
3. Een grootouder wordt als voljoods aangemerkt, wanneer deze tot de joods-kerkelijke gemeenschap heeft behoord.

In november 1940 worden Joden uit overheidsfuncties verwijderd.

In januari 1941 komt er een registratieplicht voor Joden, waarna in februari van genoemd jaar artsen moeten opgeven of zij “Joods” zijn. Inmiddels worden er in februari 1941 Jodenrazzia’s gehouden in Amsterdam. Het begint allemaal steeds duidelijker te worden.
In maart 1941 komen er Duitse (Duitsgezinde) beheerders in Joodse ondernemingen. Deze beheerders, ook wel Treuhänder of Verwalter genoemd, verschenen in een bedrijf van een jood om de zaak over te nemen of te liquideren. Al het joodse personeel werd natuurlijk ontslagen. De Treuhänder was in de meeste gevallen een Duitser, soms een NSB’er of gewoon een profiteur. Deze figuur had alle bevoegdheden, zoals ook een eigenaar van een zaak die had. Het geld dat uit de onderneming kwam diende hij af te dragen aan speciaal daarvoor bestemde instellingen zoals bij voorbeeld Omnia Treuhand Gesellschaft, Lippmann-Rosenthal, de Bank voor Nederlandse Arbeid of de Deutsche Revisions- und Trauhand.

De Duitsers waren er inmiddels toe overgegaan om de lokale overheden (lees burgemeesters) te gebruiken om bepaalde maatregelen door te voeren. Veel burgemeesters stonden daarbij voor lastige keuzes. Begin 1941 waren de Duitsers begonnen met het vervangen van zittende burgervaders door symphatisanten van de nazi’s, hetgeen er uiteindelijk toe zou leiden dat ruim 70% van de bevolking moest leven met een NSB burgemeester. Wat veel mensen niet wisten was, dat de gemeentelijke overheid, reeds sinds 1941 ook de opdracht kreeg om o.a. de gegevens van de binnen de gemeente wonende Joden door te geven aan de bezetter.
Uit de kopie van de hierbij geplaatste (originele) brief gedateerd 2 april 1941, moge blijken dat ook de burgemeester van Ruinen die verplichting kreeg opgelegd.

 

 

En dan de eerste maatregel, waarmee ook de Joden in Ruinen te maken kregen. Per verordening van 1 mei 1941 dienden zij hun radiotoestellen in te leveren. In Ruinen voldeden twee personen hieraan: Mannes Meiboom en Esther Khan (Kahn), zoals uit onderstaande verklaring blijkt.

 

 

Aanvang deportaties vanuit Ruinen

Op vrijdag 14 augustus 1942, had men bij de gemeente Ruinen, het onderstaande bericht van het Arbeitsamt in Meppel ontvangen, tesamen met een transportlijst in triplo, waarop de naam van Mozes David Meiboom stond vermeld.

 

 

De 17-jarige zoon van het gezin Meiboom, Mozes-David, kortweg Modavid genoemd, ontving op zaterdag 15 augustus 1942 bovenstaande brief, waarin stond vermeld dat hij direkt na het weekend, op maandag 17 augustus 1942 diende op te komen in Kamp Ruinen, één van de werkkampen in Drenthe.
De vader van het gezin, Mannes Meiboom, was op het moment dat zijn zoon de brief van de gemeente ontving, opgenomen in ziekenhuis Bethesda in Hoogeveen. Probeert U zich eens voor te stellen wat voor impact die brief moet hebben gehad bij de ouders en met name bij de moeder die op dat moment alléén de zorg voor haar drie kinderen had. Een knul van net 17 jaar oud; weggevoerd uit zijn ouderlijk huis En wat zij toen nog niet wisten: Hij zou slechts een enkele dag verblijven in het werkkamp, waarna hij werd overgebracht naar kamp Westerbork, zoals uit een brief van het Gewestelijk Arbeidsbureau Meppel bleek. Van daaruit werd Modavid op 24 augustus 1942 op transport gesteld naar Auschwitz, waar hij op 30 september 1942 werd vermoord.

 

Hiermee was Modavid de eerste Joodse inwoner van Ruinen, die ten prooi was gevallen aan de nazi’s.
Wie zou de volgende zijn? Of wellicht: Wie zouden de volgenden zijn ? Niemand die het wist. Er waren “Ruunders” die de bui zagen hangen en boden onder andere aan Mannes Meiboom en zijn familie een onderduikadres aan. “Mijn zoon naar een werkkamp, dan wij ook”, aldus sprak Mannes, en weigerde het aanbod. In angstige spanning werd afgewacht hoe de zaken zich zouden gaan ontwikkelen. Op donderdag 20 augustus 1942, slechts 3 dagen na het wegvoeren van Modavid, ontving de burgemeester van Ruinen wederom een brief van het Arbeitsamt in Meppel met “het verzoek” opgave te doen van de resterende nog in Ruinen woonachtige Joden. Dezelfde dag nog voldeed de Burgemeester hieraan en stuurde onderstaand antwoord naar Meppel :

 

En dan wordt het donderdag 12 november 1942. De klap komt heel hard aan in Ruinen.
Alle nog in Ruinen woonachtige Joden, met uitzondering van Lena Goldsteen, worden per vrachtauto opgehaald en afgevoerd naar kamp Westerbork.


Gezin Meiboom

Mozes David Meiboom, die als eerste van de joodse inwoners van Ruinen was vermoord, had deel uitgemaakt van het gezin Meiboom,
Zij dreven een manufacturenwinkel aan de Westerstraat A471.

 

Bovenstaande foto hing in de woonkamer van de familie Meiboom aan de Westerstraat A471 in Ruinen, waar zij ook hun manufacturenwinkeltje dreven. Toen de familie werd afgevoerd, leunde Anna uit de vrachtauto, overhandigde een trommeltje met familiefoto’s aan de buurvrouw, die afscheid kwam nemen en zei: “Bewaar dit maar voor ons. Als we terugkomen dan hebben we in ieder geval nog iets” Zij kwamen niet meer terug. Maar wat is er gebeurd met hun eigendommen? Wat is er bijvoorbeeld gebeurd met het onroerend goed van deze Joodse Ruunders? Uit het archief van de Spaarbank Ruinen ( 6.5. stuk 153 ) blijkt dat door het Nederlands Beheersinstituut de Stichting Bewindvoering Afwezigen Drenthe in het leven is geroepen, waarvan de toenmalig direkteur van de bank als bewindvoerder werd aangesteld om, waar mogelijk, recht te kunnen doen aan (de nabestaanden van) M.Meiboom, A.de Horst, M.van Holland, M.de Horst, B.van Holland, E.Khan en L.Goldsteen.

Mannes Meiboom
geboren in Ruinen op 9 april 1891 als zoon van David Meiboom en Mietje Cohen.

 

Mannes trouwde op 23 oktober 1922 in Blokzijl met

Anna de Horst
geboren in Blokzijl op 14 november 1895 als dochter van Mozes de Horst  en Naatje Keizer

 

In het gezin Meiboom werden 3 kinderen geboren te weten:

 

Meta Anna Meiboom
geboren te Ruinen op 25 juli 1923

 

Elly Meiboom
geboren op 30 mei 1928 in Ruinen

 

 

Hieronder beide dochters samen met hun reeds eerder vermelde broer Mozes-David

 

 

Esther Khan/Kahn/Kan
geboren op 5 april 1884 te Ruinen.Zij was een dochter van Israël Joseph Khan/Kahn/Kan en Mietje Cohen. 

Esther was een halfzuster van Mannes Meiboom. Na het overlijden van haar vader is haar moeder Mietje Cohen op 16 april 1890 in Hoogeveen in het huwelijk getreden met David Meiboom. Uit dit huwelijk is de tweeling Mannes en Roosje Meiboom geboren. Derhalve was Esther dus een tante van Elly, Meta Anna en Modavid . Hieronder bij haar huisje aan de Brinkstraat A381

 

 

Gezin van Holland

 

Het gezin van Holland bewoonde een pand aan de Oosterstraat A347 in Ruinen en bestond uit vader, moeder, dochter Rachel en een inwonende, ongehuwde broer, Bernard van Holland Tegelijkertijd met de familie Meiboom en Esther Khan werd ook de hierna te noemen Joodse familie weggevoerd naar kamp Westerbork en vandaar gedeporteerd naar Auschwitz, waar zij werden vermoord.


Mozes van Holland, geboren te Ruinen op 22 april 1875
Hij was de zoon van Abraham Berend van Holland en Rachel van Leer

Op 22 november 1911 huwde Mozes te Ruinen met

Mietje de Horst, geboren te Blokzijl op 18 augustus 1875
Mietje was de dochter van Israël de Horst en Hanna van Leer.
(Mietje de Horst was een tante van Anna de Horst, de echtgenote van Mannes Meiboom).

Mozes en Mietje werden de ouders van een dochter:

Rachel van Holland, geboren in Ruinen op 27 april 1914

Mozes van Holland had nog twee broers, te weten Jakob van Holland, die niet meer in Ruinen woonachtig was en Bernard, die bij Mozes inwoonde op het adres Oosterstraat A 347 in Ruinen. Het betreft hier:

Bernard van Holland, geboren te Ruinen op 15 maart 1869

 

Aangekomen op donderdag 12 november 1942 in kamp Westerbork ,zouden de 9 Ruunders tot dinsdag 17 november in het doorgangskamp verblijven, alvorens per trein te worden vervoerd naar hun eindstation: Auschwitz. Letterlijk het einde van de (levens)reis. Op donderdag 19 november 1942 werden zij vermoord. Uitgaande van een reisduur van 2 dagen zijn de 9 vanuit de trein rechtstreeks naar de gaskamer geleid.

Lena Goldsteen

geboren 5 april 1861 in Meppel


En dan Lena Goldsteen. In haar huisje aan de Brink A 384 wachtte zij lijdzaam het resultaat af van de doktersverklaring, die naar de Sicherheitsdienst in Assen was verzonden en die het mogelijk zou kunnen maken dat zij niet zou worden gedeporteerd.
De oude, dove en zeer slechtziende Lena Goldsteen, oftewel Olde Lene zoals zij in het dorp werd genoemd, voorzag in haar onderhoud door o.a. het herstellen van kousen. Zij was alleenstaand. Alhoewel zij bij de afdeling bevolking van Ruinen, blijkens het schrijven d.d. 20 augustus 1942, stond vermeld als weduwe, is niet kunnen blijken dat zij ooit gehuwd was. Neemt niet weg dat zij wel een zoon kreeg. Blijkens de geboorteakte van 21 september 1887, nummer 78, was de vader NN en de moeder L.Goldsteen.
Dan komt er op 15 december 1942 bij de gemeente Ruinen een schrijven van de Procureur-Generaal in Leeuwarden, nr.B.no.252-169.1942, waarbij een vragenlijst gevoegd was, welke diende te worden ingevuld met betrekking tot de nog enig overgebleven joodse inwoonster Lena Goldsteen.

 

De medische verklaring voor Lena Goldsteen mocht niet baten.

Onverbiddelijk waren de Duitsers. Het maakte niet uit dat zij oud was. Dat zij doof was. Dat haar gezichtsvermogen te wensen overliet. Op 9 maart 1943 kwam zij in kamp Westerbork aan en op 17 maart 1943 (zie afbeelding hierboven) werd zij naar Sobibor gebracht, op die dag samen met 963 anderen, waarvan slechts 1 persoon mocht overleven. Zij werd op 20 maart 1943, als laatste van de Joodse gemeenschap van Ruinen, in Sobibor vermoord.

Moge hun ziel gebonden zijn in de bundel des levens