KIJKJE IN DE MARIAKERK


In de kerk hangt een groote ijzeren lichtkroon, die bij de bewoners de herinnering aan een droevig tijdperk in onze geschiedenis levendig houdt. Toen overal fel de burgertwisten tusschen Patriotten en Prinsgezinden woedden, in de tweede helft der 18e eeuw, was Ruinen de zaak van den Prins toegedaan en om dat te toonen besloten de ingezetenen een vlag te koopen. Om de noodigen gelden bijeen te brengen werd een collecte gehouden, die zooveel opbracht dat er na de betaling van vlag en vlaggestok, nog een vrij aanzienlijk bedrag overbleef. Hiervoor werd de kroon gekocht die nu nog in het kerkgebouw prijkt en het randschrift draagt: 

Uit overschot van Princevlag -

En opening van milde handen

Om in deez'kerk het licht te branden -

Is 't dat men deze kroon hier zag

                     


Op de noordelijke wand van de kerk, nagenoeg tegen de huidige orgelgalerij, is bij werkzaamheden aan de kerk in 1928 bovenstaande fresco teruggevonden  Deze dateert van circa 1500 en is vermoedelijk rond 1600, in de reformatieperiode, onder de witkalk verdwenen.

Er is niets bekend over de kunstenaar, die deze fresco op de muur heeft aangebracht noch is er bekend wie tot het aanbrengen daarop de opdracht heeft verstrekt. Voor zover bekend bestaat er over deze fresco geen dokumentatie. En de naam? De Verkondiging aan Maria, de Annunciatie, Maria boodschap ? U zegt het maar.  Het betreft hier een afbeelding van Maria, geknield voor een ( gotische ) knielbank. Voor haar bevindt zich een opengeslagen (gebeden)boek. Boven haar hoofd is de Heilige Geest zichtbaar in de vorm van een duif, terwijl links boven Maria het hoofdje zichtbaar is van de engel Gabriël, de engel die haar kwam vertellen dat zij zwanger zou geraken van de Heilige Geest; de Christus werd aangekondigd. Op het lint, zichtbaar op de fresco, hebben naar alle waarschijnlijkheid de woorden vermeld gestaan, die de engel tegen haar heeft gesproken. Rondom de fresco werden roze kleurrestanten aangetroffen, mogelijk afkomstig van het pleisterwerk. Op andere muren in de kerk werden eveneens restanten kleurstof aangetroffen.

 


Het predikantenbord met daarop de namen van alle voorgangers, die vanaf de reformatie in 1598 het kerkelijk leven in Ruinen en Echten hebben verzorgd.

Hierboven de uit 1661 daterende preekstoel in de Mariakerk. Deze is vervaardigd door Jan Jansz.Decker, afkomstig uit Steenwijk. Uit diezelfde periode dateert het zogenaamde doophek. Dit opengewerkte doophek,  omsloot voorheen de zogenaamde dooptuin, de ruimte tussen het doophek en de preekstoel, waar o.a. het doopvont een plaats had. Links het mooi bewerkte voorpaneel.


DE KANSELBIJBEL


DE KAPCONSTRUCTIE

 

Een constructie die men maar zelden tegenkomt en uniek is voor Drenthe. Men had er ooit voor gekozen om op de dikke eikenhouten balken een houten  zoldering aan te brengen, zodat gedurende een kleine 150 jaar deze prachtig geconstrueerde kap aan het oog was onttrokken. Gelukkig heeft men bij de restauratie van de kerk in de jaren 70 van de vorige eeuw ingezien dat er veel van wat er in 1836 was verknald, in oude glorie terug gebracht diende te worden , waaronder dan ook het weer zichtbaar maken van de kap. De kap, die veel weg heeft van een omgekeerd Vikingschip, werd dus in oude glorie gerestaureerd, waarbij veelal de middeleeuwse onderdelen werden gebruikt. Zoals duidelijk waarneembaar is b.v. ook de pen – gat verbinding  gehandhaafd.

 


DE HERENBANKEN

Vóór de rampzalige verbouwing van 1836 bevonden zich in de Mariakerk een zestal herenbanken. Een tweetal is in die periode geheel verdwenen. Het betrof hier de “oude” bank van de familie van Echten alsmede de bank van de Jufferen Polmans en Bronkhorst. Deze banken vormden , samen met de hierna nog te vermelden bank van Rheebrugge, onderwerp van een probleem, aangaande het door niet-edelen gebruik maken van deze banken. Hieromtrent bevinden zich in het archief van het Huis te Echten nog diverse bescheiden. ( toegangsnummer 0614, nr. 667. Stukken betreffende het onrechtmatig gebruik door niet-adelijke personen van de stoelen van de havezathen  Echten, Ansen en Rheebruggen, alsmede van de juffers Polmans en Bronkhorst in de kerk van Ruinen  gedateerd 1694)

Van de vier banken, die toen restten, werden  drie andere banken gemaakt. Bij de renovatie van 1972 – 1975 werden de banken weer in oude staat hersteld, zodat zich toen weer vier herenbanken in de kerk bevinden. Nadat het kerkbestuur enige jaren geleden besloot om de indeling van de kerk te veranderen, was er voor één van de banken geen plaats meer.

Deze bank behoorde toe aan de Havezathe Ansen. Deze havezathe (ook wel Huis te Ansen) kwam in 1699 in het bezit van Christoffel Bernard Julius von Schwartz. Zowel hij als zijn zoon Zeino Coenraad van Schwartz werden toegelaten tot de Ridderschap, maar werden ook geteisterd door financiële problemen. Hierdoor zag men zich genoodzaakt om de havezate in 1760 van de hand te doen voor een bedag van f 27.500. In 1780 werd de bank in de kerk gekocht door de familie van Echten voor de prijs van  f 309,-.

Dit betreft “ de bank van de Landschap en Edelluijden “.  Deze bank werd in het jaar 1630 vervaardigd door Claes Jansz. ten Poll , afkomstig uit Steenwijk. De bank kostte  destijds f 350,- , waarvan de helft werd betaald door de Landschap Drenthe. Men wilde de mogelijkheid hebben om in Ruinen " ter kerke " te gaan. De afspraak werd gemaakt dat, op de momenten dat de bank niet door hen, de Landschap Drenthe, werd gebruikt, de edelluiden uit Ruinen in de bank mochten plaatsnemen

Hierboven afgebeeld de bank van Rheebruggen, waarvoor geen plek meer was in de kerk na de herindeling van enkele jaren geleden.

Links is de bank te zien van de Heren van Ruinen.    Waarschijnlijk is dit de oudste bank. In het jaar 1629 diende deze bank van zijn toenmalige plek te worden verhuisd omdat de Heer van Ruinen de predikant niet kon zien of horen.

  


 HET ORGEL IN DE MARIAKERK (1901)

Na 119 jaar moet het er eindelijk maar eens van komen: Gerechtigheid voor orgelbouwer Jan Door(e)nbos uit Groningen. Alhoewel met enige regelmaat de naam Door(e)nbos wel eens viel, als zijnde "mogelijk de bouwer van het kerkorgel " in de Mariakerk, werd en wordt in allerlei literatuur Marten Eertman vermeld als bouwer van dit orgel. Ja, om maar een voorbeeld te noemen, zelfs in 's Rijks Monumentenregister (https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/monumenten/32969) werd Eer(d)tman, als bouwer van het orgel vermeld. Dit is inmiddels gecorrigeerd, naar aanleiding van overleg dat door Ruinen ALERT onder overlegging van bewijsstukken,is gevoerd en de bevestiging van de juistheid van deze gegevens, zoals uit onderstaand antwoord van de Rijksdienst voor het Cultureel

ORGELBOUWER JAN DOOR(E)NBOS

 

Wanneer het eerste orgel in de kerk aanwezig was, staat nergens opgetekend. Bekend is dat ene Eyso van Oosterwolde sinds 1521 behalve bedienaar van een altaar in de Mariakerk, tevens organist was. En ja, het minste wat een organist nodig heeft …………. Dat bedoel ik. Dus toen was er in ieder geval reeds een orgel aanwezig. Nadat deze Eyso op 23 juli 1570 was overleden, werd zijn taak als organist overgenomen door  Gerhardus Harmanni, ook wel Loppersum genoemd. Hoe het verlopen is met het orgel, waar deze Loppersum op gespeeld heeft is niet bekend. Waarschijnlijk verdwenen tijdens de 80-jarige oorlog, opgestookt op de vuren van de Spanjaarden ? Of is er al die tijd wel een orgel in de kerk geweest. We weten het niet.

Manuaal

  • Prestant 8’

  • Bourdon 16’ bas- en discant

  • Holpijp 8’( komt van een ander orgel bj.ca. 1900 )

  • Viola Gamba 8’

  • Octaaf 4’

  • Roerfluit 4’

  • Quint 3’

  • Octaaf 2’

  • Mixtuur ¾ st. bas- en discant ( i.p.v. trompet 8’ welke onbruikbaar was )

Pedaal is aangehangen.


GRAFZERKEN IN DE MARIAKERK

Op de plek, waar zich tot circa 1836 het priesterkoor had bevonden (aan de oostzijde van het huidige kerkgebouw) werden destijds een aantal hardstenen zerken aangetroffen, die vervolgens een plaats kregen op het kerkhof, dat vroeger was gelegen aan de zuidkant van de kerk. Ofwel direkt na het aantreffen, dan wel in de periode dat het kerkhof werd geruimd, kregen een aantal zerken een plek in de Mariakerk. Het betreft hier zerken met de namen Margaretha van Diephholt toe Nienhave, Antoni Polman toe Nienhave, Magdalena van Idzaerda, Geertruid Swaefken tot Rande, terwijl op een vierde zerk in de kerk de naam prijkt van Arnold Luininck.

 

MAGDALENA VAN IDZAERDA EN GEERTRUID SWAEFKEN TOT RANDE

 

MAGDALENA VAN IDZAERDA

Geboren te Weststellingwerf in het jaar 1597 als dochter van  Meynardus ( Meynte) van Idzaerda, o.a. lid van de Staten- Generaal van Friesland tussen 1596 en 1599 , tussen 1607 en 1609 alsmede tussen 1615 en 1619 en van  Hiskia Hommesdochter van Harinxma thoe Slooten. Magdalena huwde, blijkens het Trouwregister van de Hervormde Gemeente Leeuwarden ( bevestiging huwelijk  van 22 december 1615, DTB 970 1609 – 1617 ) met Roelof van den Clooster, geboren in 1587 en overleden op 30 april 1662. Uit haar huwelijk met Roelof werden 2 kinderen geboren te weten een dochter Magdalena en een zoon Dithmar. De laatstgenoemde geboorte is naar alle waarschijnlijkheid de oorzaak van haar overlijden. Dithmar werd geboren op 19 augustus 1617, terwijl Magdalena zelf op 20 jarige leeftijd overleed op 22 augustus van dat jaar, slechts drie dagen na de geboorte.

Roelof hertrouwde op 7 mei 1626 te Olst met

GEERTRUID SWAEFKEN TOT RANDE

Zij was de dochter van Zeino Swaefken, hoofdschout te Hasselt en Johanna van Dedem

Gelet op de breedte van de zerk , de aanwezigheid van de 2 gedeelde wapens en het feit dat beide dames echtgenotes waren van van den Clooster voornoemd, mag men er vanuit gaan dat beiden begraven zijn geweest onder deze grafzerk.

Op deze dubbele, aanzienlijk uitgesleten, zerk bevinden zich n.l. een tweetal gedeelde wapens, te weten het wapen van de familie van den Clooster,19 penningen, gedeeld met van Idzaerda, een adelaar  en het wapen van de familie van den Clooster, 19 penningen, gedeeld met Swaefken, een hulstblad met de steel omlaag gekruld.

Het opschrift luidt:

 Ano MDCXVII Den XXII [august]ti Is Christelijck in de[n He]e(re g]ervst de Wel Edele vrouw Magdlena van Idzaerda XX jaren oud.

 

 

MARGARETHA VAN DIEP(H)HOLT TOE NIENHAVE en ANTONI POLMAN TOE NIENHAVE

MARGARETHA VAN DIEP(H)HOLT TOE NIENHAVE 

Margaretha was getrouwd met de hierna te noemen Antoni Polman. Zij woonden samen op de Nienhave oftewel de Nijenhave. Zij was de dochter van Jolst van Diepholt, een vermogend man in Groningen en OostFriesland o.a. bezitter van het Huis Midlum en Almuth of Moetke Circsena, vrouwe van Haisfeld

ANTHONI / ANTHONIS / ANTHONIUS POLMAN

Antoni/Anthonis/Anthonius Polman maakte deel uit van het adellijke geslacht Polman, dat al sedert 1380 de Nijenhave (Nienhave) in “eeuwige achterleen” had. Jonker Polman, die zoals hierboven reeds vermeld, was gehuwd met Margaretha van Diep(p)holt, verwekte 15 kinderen. De oudste nog in leven zijnde zoon, Joost, erfde na de dood van Antoni de Nijenhave.

 

ARNOLD LUININCK

ARNOLD LUININCK

Het betreft hier met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid  de Zalige Arnt Lunynck, in leven “Meyersche van de here van Rhunen op den Oldenhoff en genoemd in de Lange Staat van hooi- en groenlanden van 1660. In een inkomstenlijst van de kerk wordt tevens een advocaat vermeld genaamd Luyninck, welke jaarlijks een bedrag dient te voldoen aan de kerk t.b.v zijn huis. Deze is voluit genaamd Bernart Sassenraadt toegenaamd  Luijninck en is vermoedelijk een zoon van de weduwe van Arnt Lunynck. Overigens is deze Sassenraadt in de periode 1683 – 1689 ouderling in de Mariakerk. Voorts komt zijn naam, evenals die van zijn moeder Anna Smijdt ( Smit ) en haar 2e man dr.Willem Frens, voor in het Archief van de Heerlijkheid Ruinen, inventaris 8, nr.23 en 27.

Wilhelm Hendrick prins van Orange en Nassau etc., erfstadhouder, verklaart Bernard Sassenraat bijgenaamd Luunink, als gevolmachtigde van Frans Kaspar Adriaan graaf van Schellardt, heer van Muggenhuijssen, Gremptin en Hestorff, en Margareta Gertruit Maria van Bernsauw e.l., na het overlijden van haar vader Hendrick Munster Wilhelm van Bernsauw heer te Ruijnen, Bellinghaven, Haffen en Mehr, namens de Staten van Overijssel te hebben beleend met de heerlijkheid en het gerecht te Ruijnen enz. enz. (zie regest nr. 6); en dat hij (B.S.) aan de "lieutenant van de leenen" mr. Jacobus Vriessen hulde heeft gedaan.

Met vermelding als leenmannen van Theodorus Huete j.u.d. en Hendrick Queisen.
Gedaan binnen Zwolle, in den jaere sesstijnhondert een en tagentig den acht en twintighsten Julij
.

(28 juli 1681)  en

 1o. bekrachtigt de aankoop van het erf c.a. Ovinge te Cralo in de marke van Pesse door Frans Caspar Adriaen graaf van Schellardt tot Oldendorff (sic), heer van Ruijnen, Bellinghoven en Grimtin etc., en Margaretha Gertruijdt Maria van Bernsaw e.l. van dr. Willem Frens en Anna Smijdt e.l. en de minderjarige kinderen van wijlen de advocaat Bernart Sassenraet genaamd Luijnink;

(19 oktober 1697)

NB.Opvallend is dat een poot van de trap der preekstoel op de grafzerk rust, waaruit uit afgeleid zou kunnen worden dat de steen reeds in de kerk lag alvorens de preekstoel geplaatst werd ( circa 1661 ).

 

GRAFKELDER

In de Mariakerk is ook de grafkelder van de familie  v a n  E c h t e n  aanwezig geweest, waarin onder meer het lichaam van Jonkheer Roelof van Echten tot Echten was bijgezet, geboren op 15 juli 1592 en overleden op 20 november 1643. Hij was vanaf  9 juni 1639 Drost van Coevorden en de Landschap. Hij was op 16 januari 1614 in Zwolle getrouwd met Anna Bentinck. De laatste die in de grafkelder werd bijgezet is geweest Elisabeth Geertruid van den Boetzelaer (4 december 1652). Zij was gehuwd geweest met Johan van Echten (op 1 juli 1647)

 

KERKKLOKKEN

 

Boven in de uit 1423 stammende toren van de Mariakerk bevinden zich een tweetal klokken. De oudste klok, die werd gegoten door Gerard de Wou uit Kampen, dateert uit het jaar 1496 

De inscriptie hierop luidt:

 Jhesus . Maria . Johannes.Gerard . de . Wou . me . fecit

Anno . domini . M . CCCC . XCVI

 

De andere klok werd in 1737 gegoten door Ciprianus Crans uit Amsterdam en is/was voorzien van de navolgende tekst:

 

Ik hang in de tooren van de Heerlijckheid in carspel Ruinen

Niet om de wet maar om het Evangelie te bazuinen.

 

Laatstbedoelde klok werd in de tweede wereldoorlog door de Duitsers geconfisceerd en vermoedelijk omgesmolten. Hiervoor in de plaats kwam in 1960 een nieuwe klok. Deze klok is gemaakt door gebr. Van Bergen uit Midwolda, voorzien van het opschrift: 

 

De oude klok, in d ‘ oorlog meegenomen, vervulde eeuwenlang haar grootste taak

De nieuwe voor haar in de plaats gekomen, roept nu weer luid: Gij, die nog slaapt, ontwaak.

Buiten het normale gebruik van de klokken op zondag, (een uur vóór , en bij aanvang van de dienst), heeft men de gewoonte gehandhaafd om bij het bekend worden van het overlijden van een inwoner van Ruinen, de klokken te luiden. Alvorens er een teraardebestelling plaatsvind, wordt de kist met de overledene rond de Brink gereden, waarbij de klokken worden geluid tot de begrafenisstoet uit zicht is verdwenen. Ook worden de klokken geluid bij terugkeer van de familie na de begrafenis.

 

 

 

OUDE ALTAARSTEEN IN TOREN

In de toren bevindt zich (zie hierboven) een vrij platte steen die tegen de noordelijke wand van de toren is geplaatst. Het betreft hier een sarcofaagdeksel van rode zandsteen. Datering circa 1100 n Chr. Deze steen is tot altaarsteen gewijd middels het aanbrengen van een vijftal kruizen, naar de 5 wonden van Christus, en diende bij opheffing van een altaar uit de kerk te worden verwijderd. Deze steen is destijds pal naast het kerkgebouw aangetroffen Op bijgaande uitvergroting is één van deze kruizen goed waarneembaar.